Het sneeuwt steeds minder tegenwoordig. In mijn herinnering sneeuwde het vroeger elke winter.
Het mooiste vond ik altijd de eerste ochtend na een sneeuwbui. Wanneer alles nog onaangeraakt was en niemand zijn voetstappen had achtergelaten.
Ik vond het fijn om daar als eerste doorheen te lopen. Voorzichtig, zonder precies te weten hoe stevig de grond onder mijn voeten was.
Ergens doet het contact met jou me daaraan denken.
Niet omdat ik precies weet waar het naartoe gaat, maar juist omdat ik dat niet weet. Je leert iemand langzaam kennen. Soms zet je een stap vooruit, soms blijf je even staan. En ondertussen tast je de ondergrond af.
Ik denk weleens terug aan onze eerste momenten.
Die eerste knuffel op het station. Hoe we samen anime zaten af te kraken in de winkel. De eerste keer dat je je hoofd op mijn schouder legde en mijn arm vastpakte
Het zijn kleine dingen, maar juist die blijven me bij.
Net als onze gesprekken. De momenten waarop we veel te vertellen hadden, maar ook de stiltes tussendoor.
Wat me vanaf het begin aan je aansprak, was de manier waarop je over het leven praat. Hoe je nadenkt over dingen, de adviezen die je aan je vrienden geeft en de rust waarmee je spreekt.
Je hebt iets zachts in je manier van praten en hebt je eigen kijk op de wereld. Dat heeft mij het meeste aangetrokken tot je, meer dan wat dan ook.
Ik wil je niet met mooie woorden ergens van overtuigen. Ik vind het belangrijker dat je op den duur zelf merkt dat mijn bedoelingen oprecht zijn.
Misschien is dat wel wat ik zo mooi vind aan die eerste stappen in de sneeuw. Je weet nog niet waar het pad naartoe leidt. Je weet alleen dat je nieuwsgierig genoeg bent om verder te lopen.
En voor nu is dat voor mij genoeg.
Zain